Aan tafel zitten financieel directeur Hans Lenaers en Richard de Jongh, verantwoordelijk voor kwaliteit, arbo, milieu en de ‘supply chain’. Volgens Lenaers begint elke investering met dezelfde vraag: wat betekent dit voor de continuïteit van het bedrijf? “Wij kijken bij investeringen in energiemaatregelen altijd eerst naar de lange termijn. Het moet passen bij wie we zijn en hoe ons productieproces is ingericht.”
Geen tegenpolen
“Een maatregel die vandaag goed klinkt, maar morgen het proces ontwricht, is voor ons geen optie”, vervolgt Lenaers. “Die benadering betekent overigens niet dat we afwachtend zijn. Integendeel. Mede doordat energie een grote kostenpost vormt, zijn efficiëntie en verduurzaming al jaren een belangrijk thema bij ons. In mijn beleving zijn duurzaamheid en rendement helemaal geen tegenpolen. Investeringen in die hoek dragen vaak aantoonbaar en verrassend snel bij aan kostenbeheersing, risicoreductie en toekomstbestendigheid.”
De eigenaren van Wecoat, de familie Beljaars, juichen actieve investeringen toe. De Jongh: “Directeur-grootaandeelhouder Norbert zei tegen mij toen ik hier aantrad: ‘Als je geld nodig hebt voor het doorvoeren van verbeteringen op het gebied van veiligheid en milieu, dan heb je mijn zegen. Als het de spuigaten uitloopt wat betreft de financiering, dan kom je naar mij of Hans toe en dan komen we er ook wel uit.’ Dat geeft de investeringsbereidheid aan.”
Veel aardgas en elektriciteit
Bij het productieproces van Wecoat is veel aardgas en elektriciteit nodig. “Als we daarin kunnen besparen, zullen we dat niet laten”, zegt De Jongh. “Daarbij accepteren we langere terugverdientijden. Ook al is het een terugverdienmodel van acht jaar, dan hebben we daar ook vrede mee. Dat komt omdat we een familiebedrijf zijn dat kijkt naar de lange termijn. We hoeven niet binnen een half jaar te scoren.”
Lenaers voegt daaraan toe: “Een aantal jaar geleden vervingen wij in onze vestiging in Genk een verwarmingsketel door vier kleinere hoogrendementsketels. Daardoor daalde het verbruik van gas behoorlijk. De oude ketel werkte nog, maar de rekensom veranderde door de energieprijzen. Het omslagpunt was sneller bereikt en de energiebesparing op termijn is zo interessant dat we besloten de investering alsnog te doen.”
Gas en elektriciteit vormen een fors onderdeel van de kostprijs. “Onze ovens zijn in Nederland gasgestookt”, zegt Lenaers. “Bij het productieproces van verzinken houden we een zinkbak op 450° C. Dus je hebt constant gasverbruik. Dat maakt volledige elektrificatie niet eenvoudig.” De Jongh: “We hebben in Ouffet in België een compleet nieuwe verzinkerij gebouwd om de oude te vervangen. Het gebouw stond er al, maar alles wat erin zat hebben we eruit gehaald en compleet vernieuwd naar de technologie van vandaag de dag. Daar hebben we het proces volledig elektrisch ingericht en geautomatiseerd.”

Voorbeeldfabriek
Naast dergelijke grote investeringen werkt Wecoat aan tientallen kleinere maatregelen. Lenaers beschrijft hoe dat in de praktijk gaat. “Als wij verbeteringen zien, niet alleen energieverbeteringen maar ook op andere gebieden, dan proberen we die te combineren met onderhoudsmomenten. Bijvoorbeeld in de zomervakantie of met kerst. Zo benutten we natuurlijke vervangingsmomenten.”
Een concreet voorbeeld is het ‘smart’ maken van ovens. “Vroeger zetten we ’s morgens de oven aan en ’s avonds ging deze weer uit. Daarmee gebruik je heel veel gas”, legt Lenaers uit. “Wat we nu doen, is ovens slim maken. Als er een poedercoatbalk aankomt, gaat de oven aan. Als er geen balken zijn, gaat de oven naar een lagere temperatuur. Dat verlaagt niet alleen het gasverbruik, maar de kwaliteit werd zelfs nog beter. Dat kwam door een betere opwarmcurve, waardoor de hechting van de poeder verbeterde.”
35 acties
De lijst aan maatregelen is lang. “Ik denk dat we nu 35 acties uit hebben staan om in de komende anderhalf jaar uit te voeren”, zegt De Jongh. Dat varieert van grote ingrepen tot relatief eenvoudige oplossingen. “Denk aan deksels van 20 meter lang bij 5 meter breed die automatisch open en dicht gaan om energie in een ruimte te houden.”
In de fabriek in Genk ligt de focus momenteel op het afdekken van voorbehandelingsbaden voor het poedercoatproces. “We hebben daar zeventien baden. Ieder bad heeft zijn eigen temperatuur”, geeft De Jongh aan. “Die staan ’s avonds gewoon open, waardoor de warmte eruit gaat. Door baden af te dekken, beperken we het gasverbruik en de verdamping. Hetzelfde proces zie je ook bij zwembaden.”
Ook pakt Wecoat andere installaties aan. “We hebben nieuwe compressoren en nieuwe verwarmingen neergezet en we plaatsen batterijen”, zegt De Jongh. “En we hebben onlangs twee nieuwe elektrische heftrucks gekocht. Inmiddels rijdt het grootste deel van het heftruckpark elektrisch. Over dergelijke investeringen hoeven we ook niet lang na te denken. We pakken dat gewoonweg op omdat het een verbetering is.” De financiering van zulke maatregelen wordt bewaakt, maar niet krampachtig. “Vanaf
€ 7.000 klop ik bij Hans aan”, zegt De Jongh. “Dat wil niet zeggen dat ik dat bedrag in één keer uitgeef, maar het gaat gefaseerd met meerdere kleine verbeteringen.”

Regionale samenwerking
Naast maatregelen binnen de eigen poorten, kijkt Wecoat ook naar regionale samenwerking. De Jongh wijst op initiatieven voor energiehubs. “In de regio Nederweert zijn voorbeelden waar bedrijven samen op één energiehub zijn aangesloten en onderling stroom verrekenen. Het is logisch om dat te doen. Het is zonde dat bedrijven soms op nog geen 150 meter van elkaar energie over hebben, terwijl een ander het moet gaan halen. We zijn op dit moment aan het inventariseren. Welke bedrijven zitten in de buurt? Waar is energie over? Waar is juist vraag? En wat betekent dat in combinatie met de netcapaciteit?”
Intern zet het bedrijf sterk in op bewustwording. “Als mensen pauze hebben, sluiten we de verzinkerij-oven af met een geïsoleerde deksel”, geeft De Jongh als voorbeeld. “Je bespaart misschien maar een paar euro, maar het gaat om het besef bij ons en onze collega’s. We hebben er labels bij gehangen: hoeveel huizen per jaar heb je aan aardgas bespaard? Mensen lopen erlangs en zien dat. We handelen vervolgens allemaal energiebewuster. Het is ‘top-down’ ingegeven dat we met de energietransitie aan de gang gaan. Maar je moet mensen ‘bottom-up’ meenemen en stimuleren om ideeën aan te dragen. Dat werkt beter dan harde targets. Als je zegt: je moet dit jaar twee ideeën aanleveren, dan ontvang je niets. Maar als je het speels brengt en er concreet samen mee aan de slag gaat, komen de ideeën vanzelf.”
Stap voor stap
Lenaers vult aan. “Als je alle maatregelen voor de energietransitie in één keer oppakt, dan prijs je jezelf ten opzichte van de concurrentie uit de markt. Het is dus een kwestie van stap voor stap. Dat betekent vervangen op natuurlijke momenten en niet voortijdig kapitaal vernietigen.”
Waar het eindpunt van de energietransitie ligt, durven beiden niet te zeggen. “Het hangt af van hoe de energienetwerken zich ontwikkelen”, zegt Lenaers. “Als je ovens moet vervangen en bijvoorbeeld moet elektrificeren, moeten ook de energienetwerken het aankunnen.” De Jongh: “Desondanks blijven we constant nadenken hoe we het anders en beter kunnen doen. Stap voor stap.”





