Model privacyreglement en Quickscan voor de OR

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

OR’en krijgen vaak vragen voorgelegd over de privacy van werknemers. In hoeverre heeft de werknemer als zodanig recht op privacy en in hoeverre mag de werkgever hier inbreuk op maken? Een model privacyreglement en een Quickscan bescherming persoonsgegevens kan uitkomst bieden.

 
Bij privacy kan globaal onderscheid gemaakt worden tussen:
 
De informationele privacy:
Dit onderdeel van het recht op privacy omvat het recht om niet meer informatie over zichzelf te hoeven verstrekken dan nodig is en aan niet meer personen dan nodig is, alsmede het recht om te weten welke informatie over zichzelf in omloop is, hoe die wordt verzameld en wat daarmee gebeurt en om daarop invloed uit te oefenen.
 
De ruimtelijke privacy:
Dit onderdeel betreft het recht om op sommige plaatsen met rust gelaten te worden.
 
De relationele privacy:
Dit onderdeel omvat het recht om relaties met anderen aan te gaan, zonder inmenging van anderen, en om van bepaalde relaties verschoond te blijven.
 
Het recht om zichzelf te zijn:
Dit betreft het recht op een zekere fysieke en geestelijke ruimte, een eigen persoonlijkheid. Dit onderdeel heeft raakvlakken met de grondrechten van onaantastbaarheid van het lichaam en de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van levensovertuiging.
 
De meeste vragen betreffen de informationele privacy. In artikel 27 lid 1, onderdelen k en l, van de Wet op de ondernemingsraden  is het instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR) met betrekking tot dit onderdeel van de privacybescherming geregeld. Overigens kan de instemming van de OR individuele werknemers niet hun grondrecht op privacy ontnemen.
 
Géén absoluut recht op privacy
In elke organisatie worden persoonlijke gegevens over werknemers verzameld en verspreid. Dat mag. Het recht op privacy is geen absoluut recht. Wie in loondienst gaat werken ontkomt er niet aan om aan zijn werkgever gegevens over zichzelf te verstrekken. De werknemer hoeft echter niet meer gegevens te verstrekken dan nodig is in het kader van de arbeidsrelatie. En de werkgever mag met die gegevens ook niet alles doen wat hij wil.
 
Wet- en regelgeving
Een belangrijke wet die paal en perk stelt aan het verzamelen en het omgaan met persoonsgegevens is de Wet bescherming persoonsgegevens, die op 1 september 2001 in werking is getreden. Werkgevers hebben een jaar de tijd om hun beleid in overeenstemming met deze wet te brengen. De OR kan dan zijn instemmingsrecht doen gelden.
 
Quickscan en modelreglement
De OR, die op een snelle wijze een globale indruk wil hebben hoe het met de privacybescherming binnen zijn organisatie is gesteld, kan daarvoor gebruik maken van de Quickscan bescherming persoonsgegevens van het College Bescherming Persoonsgegevens.

Omdat daaraan grote behoefte blijkt te bestaan bij ondernemingsraden heeft de FNV een Model Privacyreglement opgesteld. Dit model is in de eerste plaats bedoeld als hulpmiddel voor de OR bij de uitoefening van zijn instemmings- of initiatiefrecht, maar het kan natuurlijk ook door werkgevers worden gebruikt. Aan bepalingen die betrekking hebben op de informationele privacy zijn elementen toegevoegd die betrekking hebben op andere onderdelen van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het kan zinvol zijn om daarover ook afspraken te maken. Of dat zo is verschilt per onderneming.
 
 
 
Bron: FNV
 
 
 
 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.