Wie zelf bepaalt wanneer hij begint en ophoudt met werken, wordt daar niet vrolijker van. Het resultaat van een flexibele baan is vooral dat mensen langer werken dan ze eigenlijk willen.
Een bedrijf kan wel flexibel omgaan met werktijden, de hoeveelheid werk blijft gewoon hetzelfde. Doordat de werknemers steeds meer worden afgerekend op resultaat, willen zij hun werk graag goed doen en zijn ze sneller geneigd onbetaald overuren te maken, concludeert de socioloog. Binnen veel bedrijven heerst tegenwoordig een soort ondernemerscultuur, merkt Van Echtelt. Taken worden uitgevoerd binnen projectteams, er wordt veel gewerkt met deadlines en de werknemers hebben een grote verantwoordelijkheid. Wat telt is het resultaat en daarop word je als werknemer ook afgerekend. “En hoe flexibel een bedrijf ook omgaat met werktijden, de hoeveelheid werk blijft natuurlijk hetzelfde”, zegt Van Echtelt. En omdat mensen hun werk graag goed willen doen, zijn ze sneller geneigd om extra (onbetaalde) uren te maken.
Vanuit het oogpunt van de werkgever klinkt dit uiterst positief. Dankzij de grote verantwoordelijkheid en – vaak uitgebreide – leermogelijkheden in het bedrijf zouden werknemers meer plezier in hun werk hebben en daardoor gemotiveerd zijn om nét dat beetje extra te doen. Toch gaat dit niet helemaal op. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat in deze organisaties het werkplezier helemaal niet zo hoog is en dat dit dus zeker niet de reden is om lange werkdagen te maken. Bovendien is overwerk hoe dan ook schadelijk voor (het welzijn van) werknemers. “Of iemand nou plezier in zijn werk heeft of niet”, stelt Van Echtelt.
Dat veel mensen toch veel extra uren maken, zelfs al ervaren ze het als onprettig, verklaart Van Echtelt door wat ze ‘de tirannie van de kleine beslissingen’ noemt. “Elke dag neem je de beslissing nog even iets af te maken na werktijd, maar al die kleine beslissingen bij elkaar opgeteld leveren een resultaat op waarvoor je eigenlijk helemaal niet had willen kiezen.” Hetzelfde principe gaat op voor mensen die in deeltijd werken, merkt Van Echtelt. In moderne organisaties blijkt zo’n deeltijdfunctie in veel gevallen slechts een illusie. Want al kies je als werknemer heel bewust voor meer vrije tijd in plaats van wat extra geld, je ontkomt niet aan overwerken. De hoeveelheid werk blijft doorgaans namelijk hetzelfde.
Vrouwen maken minder overuren dan mannen in de de dertig organisaties waar Van Echtelt haar onderzoek deed. Toch is de manier waarop mannen en vrouwen omgaan met een flexibele werkindeling nagenoeg gelijk. Vrouwen in moderne organisaties moeten net zo goed aan alle eisen voldoen. Overwerken is echter lastiger voor vrouwen, simpelweg omdat ze er vaak de tijd niet voor hebben. Zorg- en huishoudelijke taken komen namelijk nog altijd vooral voor rekening van de vrouw’. Van Echtelt: “‘Er wordt vaak gesproken over een glazen plafond, maar nu blijkt er dus ook een glazen muur te zijn waar vrouwen tegenop lopen.’ Want hoewel flexibele werktijden ooit zijn ingevoerd om werk en zorg beter te kunnen combineren, lijkt het nu juist averechts te werken. In plaats van een extra mogelijkheid is flexibiliteit een eis geworden, zo stelt van Echtelt. “Als je niet altijd beschikbaar bent, kom je simpelweg niet meer in aanmerking voor het werk.”













