85 procent kantoren voldoet aan energielabel C, maar ruimte voor verbetering

85 procent kantoren voldoet aan energielabel C, maar ruimte voor verbetering

85 procent van de kantoren in Nederland voldoet inmiddels aan het verplichte energielabel C. Toch is er ruimte voor verbetering, zo blijkt uit een evaluatie van de labelplicht van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Vooral kleine en particuliere beleggers in oudere panden staan voor een uitdaging.

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoek gedaan naar de effecten van de labelplicht. Welke lessen trekken zij eruit voor de kantorenmarkt?

Verbetering ondanks obstakels

In 2018 voldeed slechts 62 procent van de kantoren aan energielabel C. Naar schatting is dit percentage in 2024 gestegen tot 85 procent. De verplichting leidt dus tot een grote verbetering van energielabels van kantoren. Toch kent de weg ernaartoe nog obstakels, blijkt uit gesprekken die het EIB voerde met de kantorenmarkt.

Eenvoudige maatregelen

Van de kantoren voldoet 23 procent volgens het rapport nog niet aan de labelplicht. Qua oppervlakte gaat het om 15 procent. Om te bepalen wat nodig is om van label D naar C te komen, is een maatregelpakket samengesteld. Toepassing hiervan zou leiden tot 8,6 petajoule (1 petajoule= 277,78 miljoen kWh) extra energiebesparing ten opzichte van het vaststaande beleid uit de Nationale Energie Verkenning 2015 (NEV).

De benodigde maatregelen zijn relatief eenvoudig en kunnen vaak worden uitgevoerd in combinatie met groot onderhoud. Denk aan de installatie van LED-verlichting en energiezuinige CV-ketels. Veel eigenaren gaan zelfs verder dan label C, om zich voor te bereiden op toekomstige regelgeving en de waarde van hun pand te behouden.

Financiering soms knelpunt

Financiering kan soms een knelpunt vormen, vooral bij ingrijpende renovaties. Banken vereisen tegenwoordig minimaal label A voor financiering. Ook onvoorziene kosten, zoals de vondst van asbest, kunnen roet in het eten gooien.

Vooral kleine panden blijven achter bij het voldoen aan de labelplicht. Het aantal panden met energielabel G is hoog bij panden tot 1.000 m². Van de grootste kantoorpanden voldoet 90 procent aan de labelplicht. Institutionele beleggers lopen voor, eigenaar-gebruikers en particuliere beleggers lopen achter.

Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat gerichte communicatie over de labelplicht laat op gang is gekomen, wat mogelijk impact heeft gehad op de voortgang.

Gezamenlijk belang

De onderzoekers hebben uit de gesprekken ook kunnen opmaken dat huurders hogere eisen stellen aan comfort en duurzaamheid van hun kantoor, dan voor de labelverplichting. Of dat te wijten is aan de regelgeving is niet op te maken uit de onderzoeksresultaten. Opvallend is wel dat split incentives zich nauwelijks hebben voorgedaan, iets waar wel voor werd gewaarschuwd. Door de vormgeving van de wet (juiste prikkel) ontstond er voor zowel eigenaar als huurder een belang om te investeren in duurzame maatregelen voor de kantoren.

Wat levert het op?

De labelverplichting heeft geleid tot een energiebesparing van 9 miljoen m³ gas, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht. Dit staat gelijk aan een CO₂-reductie van 16,2 kiloton, op een totale besparing van 93 kiloton CO₂ die aan de labelplicht kan worden toegeschreven.

Volgens de onderzoekers is deze bescheiden reductie, geen bewijs dat de verplichting geen effect heeft gehad. Om de effectiviteit te verhogen bevelen zij voor toekomstige wetgeving aan om een gerichte communicatiestrategie op te zetten. Er was onduidelijkheid bij eigenaren over de definitie van een kantoorgebouw en de handhaving op de labelplicht die zou volgen (en uiteindelijk niet volgde).

Bron: Economisch Instituut voor de Bouw, rapport ‘Geleerde lessen verplicht energielabel voor kantoren; evaluatie van de labelplicht’.